|
|
7. ZELFACCEPTATIE
|
|
| Op een bepaalde leeftijd gaan we ons zelf erkennen als gender-dysforisch, en gaan we onze vrouwelijke kant exploreren. Dit voelt dan als het gekende "thuiskomen" waarover we allen spreken. Omdaat we er ons zo goed bij voelen, gaan we die vrouwelijke kant dan ook uirvergroten. Aan de andere kant gaan we alles wat mannelijk is associ�ren met negatieve dingen, wa gaan proberen AL het mannelijke uit ons leven te verdringen. Eigenlijk komen we op dat ogenblok in een situatie van persoonlijkheids- en gedragsstoornis. We gan als het ware geloven dat we een vrouw zijn, de vrouwelijkheid overheeert ons leven. Trouwens, hoe minder een T-persoon de kans krijft om zijn vrouwelijkheid te leven (door omstandigheden, heet dat), hoe meer hij "hunkert", hoe meer hij die vrouwelijke kant gaat uitvergroten. Dit is ook een kritieke fase wat onze relatie betreft, want onze partners gaan dit als vrij negatief en bedreigend ervaren, ook al diurven ze het ons niet altijd bekennen.
Om ons zo belanrijke evenwicht te vinden, is het fundamenteel dat we na die fase beginnen om onze mannelijke kanten eens onder de loep te nemen, en ze te accepteren als een integraal deel van onze persoonlijkheid. Let wel, bij sommigen kan dit mannelijk deel zeer klein zijn. Dat neemt niet weg dat het moet beschouwd worden, aanvaard worden. |
|||
| [ZOEKMACHINES]   [SEARCHMACHINES]   [SUCHMACHINES]   [MACHINES A CHERCHER] |