NENASO Literatuur

Rijkskanselier Adolf Hitler

voor de Rijksdag op 23 Maart 1933

 

Mannen en vrouwen van de Duitse Rijksdag!

 

In overleg met de Rijksregering hebben de nationaal-socialistische Duitse arbeiderspartij en de Duits-nationale volkspartij U op grond van het recht van initiatief doen toekomen een ontwerp ener wet tot ontheffing van volk en Rijk van de nood, om hierover besluit de vatten. De redenen voor deze ongewone gebeurtenis zijn de volgende:

 

In November 1918 hebben Marxistische organisaties door een revolutie de uitvoerende macht met geweld in handen genomen. De monarchen werden onttroond, de Rijks- en Landsautoriteiten afgezet en daardoor de Grondwet gebroken. Het slagen der revolutie in materiele zin beveiligde de aanranders voor de greep der justitie. De morele legitimatie zochten zij in die bewering, dat Duitstand resp. zijne regering

 

schuld droegen aan het uitbreken van de oorlog.

 

Deze bewering was bewust en zakelijk onjuist. Als gevolg leidden echter deze in het belang van onze toenmalige vijanden liggende onware aantijgingen tot de scherpste onderdrukking van het gezamenlijke Duitse volk en de breuk der ons in de 14 punten van Wilson gedane toezeggingen leidde vervolgens voor Duitsland, d.w.z. voor het werkende Duitse volk, tot een tijd van grenzeloos ongeluk.

 

Alle door de mannen van November 1918 gedane beloften bleken te zijn, zo al niet bewuste misleidingen, dan toch niet minder verdoemenswaarde illusies. De vruchten der revolutie waren, als geheel genomen, slechts voor kleinste delen van ons volk aangenaam, voor de overweldigende meerderheid echter, ten minste voorzover deze zich door redelijken arbeid het dagelijks brood moest verdienen, oneindig treurig. Dat de zucht tot zelfbehoud der aan deze ontwikkeling schuldige partijen en mannen hiervoor duizend verschoningen en uitvluchten vindt, is begrijpelijk. De nuchtere vergelijking der gemiddelde resultaten der laatste veertien jaar met de eens geproclameerde beloften valt voor de verantwoordelijke regisseurs van deze in de Duitse geschiedenis voorbeeldenloze misdaad vernietigend uit.

 

Ons volk heeft in de loop van de laatste 14 jaar op alle gebieden des levens een verval geleden, zoals men zich groter nauwelijks voor kan stellen. De vraag, wat er misschien in dezen tijd nog erger had kunnen geschieden, kan met het oog op de grondkwaliteiten van ons Duitse volk en de eens bestaan hebbende politieke en economische erfmassa niet worden beantwoord.

 

Het Duitse volk zelf heeft zich ondanks zijn geringe beweeglijkheid in politieke gevoelens en standpunten in stijgende mate van de in zijn ogen voor deze toestanden verantwoordelijke opvattingen, partijen en organisaties afgewend.

 

Het aantal innerlijk op de bodem der Grondwet van Weimar staande Duitsers was ondanks de suggestieve betekenis en rigoureuze uitbuiting van het regeringsgezag ten slotte nog maar een fractie van de gezamenlijke natie.

 

Het is verder het karakteristieke kenmerk van deze veertien jaar geweest, dat - afgezien van natuurlijke schommelingen - de lijn der ontwikkeling constant naar beneden voerde. Deze neerdrukkende waarneming was mede een der oorzaken van de algemene vertwijfeling. Zij bevorderde het inzicht van de noodzakelijkheid, zich grondig af te wenden van de denkbeelden, organisaties en mannen, waarin men terecht langzamerhand de diepere oorzaken van ons verval begon te ontwaren.

 

De nationaal-socialistische beweging vermocht daarom ondanks de verschrikkelijkste onderdrukking steeds meer Duitsers naar geest en wil voor de afweerstrijd te bereiken. Zij heeft in vereniging met de andere nationale bonden thans binnen weinige, weken de sedert November 1918 heersende machten opzijgezet en in een revolutie het openbaar gezag in handen der nationale regering gelegd. De 5den Maart heeft het Duitse volk aan deze daad zijn toestemming verleend.

 

Het program van de herbouw

 

van volk en Rijk vloeit voort uit de grootte der ellende van ons politiek, moreel en economisch leven. Vervuld van de overtuiging, dat deze ineenstorting haar oorzaken in innerlijke kwalen van ons volkslichaam heeft, is het doel van de regering der nationale revolutie, zulke gebreken uit ons nationale leven te verwijderen, die ook in de toekomst elk werkelijk weer omhoogkomen zouden beletten. Het door de Marxistische dwaalleer systematisch veroorzaakte verval der natie in naar wereldbeschouwingen onverenigbare tegenstellingen betekent de vernietiging der basis van een mogelijk gemeenschapsleven.

 

De ontbinding tast alle grondslagen der maatschappelijke orde aan. De volkomen tegenovergestelde opvattingen der enkelingen nopens de begrippen staat, maatschappij, Godsdienst, moraal, gezin, bedrijfsleven opent geschillen, die tot oorlog van allen tegen allen leiden.

 

Uitgaande van het liberalisme der vorige eeuw, vindt deze ontwikkeling volgens de natuurlijke wetten haar einde in de communistische chaos.

 

De mobilisatie van de primitiefste instincten leidt tot een verbinding tussen de opvattingen van een politiek denkbeeld en de handelingen van werkelijke misdadigers. Te beginnen met plunderingen, brandstichtingen, spoorwegaanslagen, aanrandingen enzovoorts, verkrijgt alles in de communistische idee zijn morele sanctie. Alleen de methode van de individuele massaterreur heeft de nationaal-socialistische beweging in verloop van weinige jaren meer dan 350 doden en tienduizenden gekwetsten gekost.

 

De brandstichting in de Rijksdag als mislukte poging van een groot opgezette actie is slechts een teken voor wat Europa bij een overwinning van deze duivelse leer te verwachten zou hebben. Als een zekere pers, in het bijzonder buiten Duitsland, thans beproeft, overeenkomstig de door het communisme tot principe verheven politieke onwaarheid de nationale verheffing van Duitsland met deze wandaad te identificeren, kan dit mij slechts versterken in mijn besluit, niets onbeproefd te laten, om binnen de kortste tijd deze misdaad door de openbare terechtstelling van de brandstichter en zijn medeplichtigen te wreken!

 

De ganse omvang der voorgenomen actie van deze organisatie is noch het Duitse volk, noch de overige wereld voldoende tot bewustzijn gekomen. Alleen door haar bliksemsnel ingrijpen heeft de regering een ontwikkeling belet, die bij een catastrofaal verloop geheel Europa zou hebben ontwricht. Menigeen van hen, die zich thans uit haat tegen de nationale verheffing binnen en buiten Duitsland met de belangen van het communisme verbroederen, zouden zelf het slachtoffer van een dergelijke ontwikkeling zijn geworden.

 

Het zal de opperste taak van de nationale regering zijn, dit verschijnsel niet alleen in het belang van Duitsland, doch in het belang van het overige Europa in ons land tot de laatste rest uit te roeien en uit de weg te ruimen.

 

Zij zal de erkenning niet uit het oog verliezen, dat het hierbij niet gaat om het negatieve probleem van deze organisaties, doch om de vervulling van de positieve taak, de Duitse arbeider voor de nationale staat te winnen. Alleen de vorming van een werkelijke volksgemeenschap, die zich verheft boven de belangen en tegenstellingen der standen en klassen, vermag op de duur de voedingsbodem te onttrekken aan deze dwalingen van de menselijke geest. De vorming van zulk een geslotenheid in de wereldbeschouwing van het Duitse volkgeheel is des te belangrijker, daar slechts hierdoor de mogelijkheid tot handhaving van vriendschappelijke betrekkingen met de mogendheden buiten Duitsland zonder aanzien van de hen beheersende strekkingen of beginselen der wereldbeschouwing bestaat, want het uit de weg ruimen van het communisme in Duitsland is uitsluitend een interne Duitse aangelegenheid. De overige wereld zou daar evenveel belang bij kunnen hebben, daar het uitbreken van een communistische chaos in het dichtbevolkte Duitse Rijk zou leiden tot politieke en economische gevolgen, in 't bijzonder in het overige West-Europa, wier afmetingen men zich nauwelijks voor kan stellen. Het innerlijke verval van onze volksgemeenschap heeft als oorzakelijk gevolg gehad een steeds bedenkelijker wordende verzwakking der autoriteit van de opperste staatsleiding. Het dalen van het aanzien der Rijksregering, die het oorzakelijk gevolg moest zijn van zulke onzekere binnenlandse verhoudingen, leidde bij verschillende partijen in enkele landen tot vorstellingen, die onverenigbaar zijn met de eenheid des Rijks. Alle egards op de tradities der landen kunnen het bittere inzicht niet uit de weg ruimen, dat de mate van versplintering in het staatsleven in het verleden niet slechts niet nuttig, doch waarlijk nadelig is geweest voor de wereld- en levenspositie van ons volk.

 

Het is niet de taak van een staatsleiding met overleg, om het organisch gegroeide thans aan het theoretische beginsel van een teugelloze unitarisatie uit te leveren. Het is echter haar plicht, deze eenheid van geest en wil in de leiding der natie en zodoende de Rijksgedachte op zichzelf boven eiken twijfel te verheffen.

 

De welvaart van onze gemeenten en landen heeft, evenzeer als het bestaan van de afzonderlijken Duitse mens de bescherming van de Staat nodig. De Rijksregering heeft daarom niet het voornemen, om de landen door een machtigingswet op te heffen. Wel echter zal zij zodanige maatregelen treffen, dat zij van nu af en voor altijd een gelijkmatigheid der politieke intentie in Rijk en landen waarborgen. Hoe groter de overeenstemming in wil en geest is, des te minder belang kan er in verre toekomst voor het Rijk bestaan, om het eigen culturele en economische leven der verschillende landen geweld aan te doen. Volkomen onmogelijk is de in de laatste tijd in zwang gekomen toestand van een wederkerige omlaaghaling van landen- en Rijksregeringen met behulp van de moderne middelen der propaganda. Ik zal onder geen voorwaarden gedogen, en de Rijksregering zal alle maatregelen daartegen treffen, dat in de toekomst nog ooit ministers van Duitse regeringen in openbare massavergaderingen, ja, zelfs onder gebruikmaking van de radio, elkander wederkerig aanklagen of naar beneden halen.

 

Het leidt verder tot een volkomen waardeloosmaken der wetgevende lichamen in de ogen des volks, als zelfs onder aanneming van normale tijden binnen vier jaar of in het Rijk dan wel in de verschillende landen het volk tegen de 20 keer ter stembus wordt gedreven. De Rijksregering zal de weg vinden om het doel te bereiken, dat de eenmaal gegeven wilsuiting der natie voor Rijk en landen tot gelijkmatige consequenties leidt.

 

Een verder strekkende

 

hervorming van het Rijk

 

zal slechts kunnen voortspruiten uit de levende ontwikkeling. Haar doel moet zijn de constructie van een Grondwet, die de wil des volks met de autoriteit van een werkelijke leiding verbindt. De wettelijke legalisatie van een dergelijke grondwetshervorming wordt het volk zelf toegestaan.

 

De regering der nationale revolutie beschouwt het principieel als haar plicht, overeenkomstig de zin van het haar door het volk gegeven votum van vertrouwen, zulke elementen verwijderd te houden van het oefenen van invloed op de vormgeving aan het leven der natie, welke bewust en met opzet dit leven negeren. De theoretische gelijkheid voor de wet kan er niet toe leiden, om principiŽle verachters der wetten onder gelijkheid te dulden, ja, uitgaande van democratische doctrine de vrijheid der natie aan hen uit te leveren. De regering zal de gelijkheid voor de wet echter toekennen aan allen, die in de vorming van een front in ons volk tegen dit gevaar zich achter de nationale belangen plaatsen en de regering hun steun niet onthouden.

 

Helemaal zal het onze naaste taak zijn, de geestelijke aanvoerders van deze vernietigingstendensen ter verantwoording te roepen, de verleide slachtoffers echter te redden.

 

Wij zien in het bijzonder in de miljoenen Duitse arbeiders, die deze denkbeelden des waanzins en der zelfvernietiging huldigen, slechts de resultaten ener onvergeeflijke zwakte der vroegere regeringen, die een verspreiding dezer denkbeelden, wier praktische verwezenlijking zijzelf strafbaar moesten verklaren, niet hebben belet. De regering zal zich in haar besluit, dit probleem op te lossen, door niemand van de wijs laten brengen. Thans is het zaak voor de Rijksdag, van zijn kant een zuiver standpunt in te nemen. Aan het lot van het communisme en de zich daarmede verbroederende andere organisaties verandert dit niets. De nationale regering treft hierbij haar maatregelen onder geen ander gezichtspunt dan dat, het Duitse volk en in 't bijzonder de miljoenenmassaís van zijn werkende mensen voor nameloze ellende te behoeden.

 

Zij beschouwt uit dien hoofde de kwestie ener

 

monarchistische restauratie

 

reeds op grond van het bestaan dezer toestanden voorshands als indiscutabel. Zij zou de poging tot oplossing van dit probleem op eigen houtje in afzonderlijke landen als aanval op de eenheid des Rijks moeten opvatten en dienovereenkomstig haar houding inrichten. Evenwijdig met de strijd tegen de vergiftiging van ons openbaar leven zal de Rijksregering een doortastende morele sanering van het volksgeheel bewerkstelligen. Het gezamenlijke opvoedingswezen, toneel, film, literatuur, pers, radio, zij zullen alle middelen tot dit doel zijn en dienovereenkomstig worden geschat. Zij hebben alle de in het wezen van ons volk levende eeuwigheidswaarde te dienen. De kunst zal steeds uitdrukking en spiegel zijn van het verlangen en de werkelijkheid ener periode. De tijd der contemplatieve wereldburgers is pas aan het verdwijnen. Het heroÔsme verheft zich hartstochtelijk als aanstaande vormer en bestierder van politieke levensgebeurtenissen. Het is taak van de kunst, om uitdrukking aan dezen toonaangevende geest des tijds te geven. Bloed en ras zullen weer de bron der artistieke intuÔtie worden. Het is taak der regering, ervoor te zorgen, dat juist in een tijd van beperkte politieke macht de innerlijke levenswaarde en levenswil der natie een des te geweldiger culturele uitdrukking vinden. Dit besluit verplicht tot dankbare bewondering van ons groot verleden. Op alle gebieden van ons historisch en cultureel leven moet de brug van dit verleden naar de toekomst worden geslagen. De eerbied voor de grote mannen moet de Duitse jeugd weer als heiligst erfdeel worden ingeprent.

 

Doordat de regering vastbesloten is, ons openbaar leven van politiek en moreel vergif te zuiveren, schept en waarborgt zij de voorwaarden voor een werkelijk diepe

 

wederkeer van religieus leven.

 

De voordelen van persoonlijk-politieke aard, die uit compromissen met atheÔstische organisaties mogen voortkomen, wegen niet bij benadering op tegen de gevolgen, die in de vernieling van algemeen zedelijke grondwaarden zichtbaar worden.

 

De nationale regering ziet in de beide Christelijke geloofsbelijdenissen de belangrijkste factoren voor het behoud van ons volksdom. Zij zal de tussen deze en de landen gesloten verdragen respecteren.

 

Haar rechten zullen niet worden aangetast. Zij verwacht echter, dat het werk aan de nationale en morele vernieuwing van ons volk, welke de regering zich tot taak heeft gesteld, omgekeerd dezelfde waardering ontvangt. Zij zal zich tegenover alle andere confessies plaatsen in objectieve gerechtigheid. Zij kan echter niet dulden, dat het behoren tot een bepaalde confessie of een bepaald ras een vrijmaking zou zijn van de algemene wettelijke verplichtingen, laat staan een vrijbrief voor het straffeloos begaan of dulden van misdaden. De zorg van de regering is gericht op een oprechte samenleving tussen kerk en staat; de strijd tegen een materialistische wereldbeschouwing dient zowel de belangen van de Duitse natie, als het welzijn van ons Christelijk geloof.

 

Ons rechtswezen

 

moet in de eerste plaats dienen tot behoud van deze volksgemeenschap. De onafzetbaarheid der rechters aan de enen kant moet overeenstemmen met een elasticiteit der oordeelvelling in het belang van de maatschappij. Niet het individu kan middelpunt van de wettelijke zorg zijn, doch het volk. Land- en volksverraad zullen voortaan met alle onbarmhartigheid worden uitgeroeid. De basis van het bestaan der justitie kan geen andere zijn, dan de basis van het bestaan der natie. Moge deze daarom ook steeds in het oog houden, hoe zwaar de beslissing is geweest van hen, die onder de harden dwang der werkelijkheid het leven der natie verantwoordelijk hebben te vormen.

 

Groot is de taak der nationale regering op het

 

gebied van het economische leven.

 

Hier zal ťťn wet elke handelwijze beheersen: het volk leeft niet voor het bedrijfsleven en het bedrijfsleven bestaat niet ter wille van het kapitaal, doch het kapitaal dient het bedrijfsleven en het bedrijfsleven dient het volk!

 

Principieel zal de regering de behartiging der belangen van het Duitse volk niet beoefenen langs de omweg van een door de staat te organiseren economische bureaucratie, doch door de sterkste bevordering van het particulier initiatief en door de erkenning van de eigendom.

 

Tussen de productieve intentie aan de enen en de productieve arbeid aan de anderen kant moet een rechtvaardig evenwicht worden geschapen. De administratie moet de resultaten van bekwaamheid, vlijt en arbeid door zuinigheid respecteren. Ook het probleem van onze openbare financiŽn is niet in de laatste plaats het probleem van een zuinig beheer. De voorgenomen

 

hervorming van ons belastingwezen

 

moet leiden tot een vereenvoudiging der wijze van aanslag en zodoende tot een vermindering der kosten en lasten. Principieel zal de belastingmolen aan de stroom en niet aan de bronnen worden gebouwd. In het raam van deze maatregelen moet een vermindering der lasten door vereenvoudiging van de administratie intreden. Deze in het Rijk en in de landen door te voeren hervorming van het belastingwezen is echter niet een vraag van het ogenblik, doch van een naar gelang van de eisen af te meten tijd. De regering zal principieel

 

valuta-experimenten vermijden.

 

Vooral echter staan twee economische problemen van de eersten rang voor ons. De redding van de Duitse boerenstand moet onder alle omstandigheden worden bewerkstelligd.

 

De vernietiging van dezen stand in ons volk zou tot de scherpst denkbare consequenties leiden. Het herstel van de

 

rentabiliteit der landbouwbedrijven

 

moge voor de consumenten hard zijn. Het lot echter, hetwelk het gehele Duitse volk zou treffen, indien de Duitse boer te gronde ging, ware met deze hardheden helemaal niet te vergelijken. Slechts in samenhang met de onder alle omstandigheden te bereiken rentabiliteit van onzen landbouw kan de kwestie van een bescherming tegen executies resp. een schuldendelging worden opgelost, zoude deze niet slagen, dan moet de vernietiging van onzen boerenstand niet slechts tot ineenstorting van de gezamenlijke Duitse volkshuishouding leiden, doch vooral tot ineenstorting van het Duitse volksgeheel. Het behoud van zijn gezondheid is echter ook de eerste voorwaarde voor een bloeien en gedijen van onze nijverheid, van de Duitse binnenhandel en de Duitse uitvoer. Zonder het tegenwicht van de Duitse boerenstand zou de communistische waanzin reeds nu Duitsland onder de voet hebben gelopen en zodoende het Duitse economische leven uiteindelijk hebben vernietigd. Wat het gezamenlijke bedrijfsleven met inbegrip van onze uitvoernijverheid aan de gezonden zin van de Duitse boeren te danken heeft, kan door generlei offer -van materiele aard worden vergolden. Daarom moet ook in de toekomst onze grootste zorg zijn gericht op de verdere kolonisatie van de Duitse bodem.

 

Overigens is de nationale regering zich ervan bewust, dat de definitieve opheffing van de nood, zowel van het plattelandse, als van het stedelijke bedrijfsleven, afhangt van de

 

inschakeling van het leger der werkelozen in het productieproces.

 

Hierin ligt de tweede, geweldigste economische taak. Deze kan; slechts worden vervuld doordat algemeen vrede wordt gesticht onder het doorzetten van gezonde natuurlijke economische grondbeginselen en van alle maatregelen, die noodzakelijk zijn, ook indien zij, op het ogenblik beschouwd, op geen populariteit kunnen rekenen. Werkverschaffing en arbeidsdienstplicht zijn hierbij slechts afzonderlijke maatregelen in het raam van de algemene aanval.

 

Van gelijken aard als ten opzichte van de Duitse boer is het

 

standpunt van de nationale regering ten opzichte van de middenstand.

 

Zijn redding kan slechts geschieden in het raam van de algemene economische politiek. De nationale regering is vastbesloten, dit probleem doortastend op te lossen. Zij beschouwt het als haar historische taak, de miljoenen Duitse arbeiders in de strijd om hun recht van bestaan te steunen en te helpen. Als kanselier en nationaal-socialist voel ik mij met hen als de voormalige makkers mijner jeugd verbonden. De opvoering der consumptiekracht van deze massa's zal een belangrijk middel der economische verlevendiging zijn. Onder handhaving van onze

 

sociale wetgeving

 

zal een eerste stap tot haar hervorming moeten worden gedaan. Principieel zal echter het nuttig effect van elke arbeidskracht in dienst van het algemeen worden gesteld. Het braak laten liggen va miljoenen menselijke werkuren is een waanzin en een misdaad, die moeten leiden tot verarming van allen. Geheel onverschillig welke waarden zouden zijn geschapen door een gebruikmaking van onze overtollige werkkracht, zij hadden voor miljoenen mensen, die thans in kommer en ellende te gronde gaan, onontbeerlijke levensgoederen kunnen vormen. Het moet en zal het organisatietalent van ons volk gelukken, om dit vraagstuk op te lossen.

 

Wij weten, dat de geografische ligging van het aan grondstoffen arme Duitsland een

 

Autarchie

 

voor ons Rijk niet volkomen toelaat. Steeds opnieuw moet worden onderstreept, dat de Rijksregering niets verder ligt, dan vijandigheid tegen de uitvoer. Wij weten, dat wij de verbinding met de wereld nodig hebben en dat de afzet van Duitse goederen in de wereld vele miljoenen Duitse volksgenoten voedt.

 

Wij weten echter ook, welke de voorwaarden zijn voor een gezonde uitwisseling van prestaties tussen de volken der aarde. Want Duitsland is jarenlang gedwongen geworden tot prestaties zonder tegenprestaties. Daaruit vloeit voort, dat het vraagstuk, Duitsland als een werkzaam lid van de goederenruil te behouden, er minder een is van handels- dan van financiŽle politiek. Zolang men ons een zaakdienstige en met onze kracht overeenkomende regeling van onze buitenlandse schulden niet toekent, zijn wij helaas tot handhaving van onze dwangmaatregelen op deviezengebied gedwongen. De Rijksregering is er ook toe verplicht, de tegen het afvloeien van kapitaal over de grenzen opgerichte dam te handhaven. Als de rijksregering zich door deze grondbeginselen laat leiden, kan beslist worden verwacht, dat een groeiend begrip van het buitenland de inschakeling van ons Kijk in de vreedzame mededinging der naties vergemakkelijkt.

 

Ten einde de bevordering van het verkeer

 

tot een redelijk evenwicht van alle verkeersbelangen te brengen, zal reeds in het begin van de volgende maand door een hervorming van de automobielbelasting een eerste stap worden gedaan. Het behoud van de Rijksspoorwegen en hun zo spoedig mogelijke terugbrenging in de macht van het Rijk is een taak; waartoe wij niet slechts economisch, doch ook moreel verplicht zijn. De ontwikkeling van het luchtverkeer als een middel der vreedzame verbinding der volken onderling zal de nationale regering met ijver bevorderen.

 

Bij al deze werkzaamheden heeft de regering niet slechts de ondersteuning nodig van de algemene krachten in ons volk, welke zij besloten heeft in de verststrekkende omvang mee te laten werken, doch ook van de toegewijde trouw en de arbeid van het beroepsambtenarendom. Alleen bij de meest dwingenden nood der openbare financiŽn zullen ingrijpingen geschieden, doch ook dan zal strenge rechtvaardigheid de opperste wet van onze handelingen zijn.

 

De bescherming der grenzen van het Rijk en dus van het leven van ons volk en het bestaan van ons bedrijfsleven ligt thans aan onze Rijksweer, die overeenkomstig de ons in het Verdrag van Versailles opgelegde bepalingen moet worden aangezien als het

 

enige werkelijk ontwapende leger

 

van de wereld. Ondanks de daardoor noodzakelijke kleinheid en volkomen onvoldoende bewapening mag het Duitse volk in trotse bevrediging zijn Rijksweer aanschouwen. Onder de moeilijkste omstandigheden is dit kleine instrument van onze nationale zelfverdediging ontstaan. In zijn geest is het de drager van onze bestel militaire tradities. In pijnlijke nauwgezetheid heeft het Duitse volk daarmede echter zijn het in het vredesverdrag opgelegde verplichtingen vervuld, ja, zelfs de ons toentertijd toegestane vervanging de schepen van onze vloot is - ik mag wel zeggen: helaas - slechts voor een klein gedeelte ten uitvoer gelegd.

 

Duitsland wacht sedert jaren te vergeefs op de inlossing van de ons gedane belofte tot ontwapening van de anderen. Het is de oprechte wens van de nationale regering, van een vermeerdering van het Duitse leger en van onze wapenen af te kunnen zien, voorzover eindelijk ook de overige wereld genegen is, haar verplichting tot een radicale ontwapening te vervullen. Want Duitsland wenst niets dan

 

gelijke levensrechten en gelijke vrijheid.

 

Tot dezen geest van de wil tot vrijheid wenst de nationale regering zeer zeker het Duitse volk op te voeden. De eer van de natie, de eer van ons leger, het ideaal van de vrijheid, zij moeten| het Duitse volk weer heilig worden:

 

Het Duitse volk wil met de wereld in vrede leven.

 

De Rijksregering zal echter juist daarom met alle middelen voor de definitieve uit de wegruiming van de scheiding der volken van de aarde in twee categorieŽn een lans breken. Het openhouden van deze wonde leidt bij dezen tot wantrouwen, bij genen tot haat en zodoende tot een algemene onzekerheid. De nationale regering is bereid, elk volk, dat de wil heeft eens principieel een streep te trekken onder het treurige verleden, de hand te reiken tot een oprechte goede verstandhouding. De nood der wereld kan slechts vergaan, als door stabiele politieke verhoudingen de basis wordt gelegd en als de volken onderling weer vertrouwen krijgen.

 

Tot overwinning van de economische catastrofe

 

is nodig:

 

1. een onvoorwaardelijk autoritaire leiding in het binnenland tot herstel van het vertrouwen in de stabiliteit der toestanden,

 

2. een waarborg van de vrede door de grote naties voor lange duur tot herstel van het vertrouwen der volken onderling,

 

3. de uiteindelijke overwinning der grondbeginselen van het gezond verstand in de organisatie en leiding van het bedrijfsleven en een algemene ontheffing van Herstelbetalingen en onmogelijke schuld- en renteverplichtingen.

 

Helaas staan wij voor het feit, dat

 

de Geneefse conferentie

 

ondanks langdurige onderhandelingen tot dusver geen praktisch resultaat heeft bereikt. De beslissing nopens het teweegbrengen van een werkelijke ontwapeningsmaatregel is telkens weer door het opwerpen van technische detailvraagstukken en door het in de discussie betrekken van problemen, die met de ontwapening niets te maken hebben, vertraagd. Deze methode is ondeugdelijk.

 

De wederrechtelijke toestand van de eenzijdige ontwapening en van de daaruit resulterende nationale onveiligheid van Duitsland kan niet langer voortduren.

 

Als een teken der verantwoording en van goeden wil erkennen wij het, dat de Britse regering door haar voorstel nopens de ontwapening een poging heeft gedaan, om de conferentie eindelijk tot snelle beslissingen te brengen. De Rijksregering zal elke poging ondersteunen, die erop is gericht, de algemene ontwapening daadwerkelijk ten uitvoer te brengen en de reeds lang voor inlossing vatbaren aanspraak van Duitsland op ontwapening te waarborgen. Sedert veertien jaar zijn wij ontwapend en sedert veertien maanden wachten wij op het resultaat van de ontwapeningsconferentie. Nog mťťr omvattend is het plan van de chef der Italiaanse regering, die in grote opzet en met verziende blik beproeft, aan de gezamenlijke Europese politiek een rustige en doelmatige ontwikkeling te verzekeren. Wij hechten de ernstigste betekenis aan dit plan, wij zijn bereid, op de grondslag daarvan in volle oprechtheid mede te werken, ten einde de vier grote mogendheden Engeland, Frankrijk, ItaliŽ en Duitsland aaneen te sluiten tot een vreedzame samenwerking, die moedig en vastberaden de vraagstukken aanpakt, van welker oplossing het lot van Europa afhangt.

 

Naar aanleiding hiervan gevoelen wij bijzonder dankbaar de begrijpende hartelijkheid, waarmede in ItaliŽ de nationale verheffing van Duitsland begroet is geworden. Wij wensen en hopen, dat de gelijkheid der idealen des geestes de grondslag zal zijn voor een voortdurende verdieping van de vriendschappelijke betrekkingen tussen beide landen.

 

Eveneens stelt de Rijksregering, die in het Christendom de onwankelbare fundamenten der moraal en zedelijkheid van het volk ziet, grote prijs op vriendschappelijke betrekkingen met de Heiligen Stoel en wenst zij deze uit te breiden. Ten opzichte van ons broedervolk Oostenrijk hebben wij het gevoel van deelneming aan zijn zorgen en noden. De Rijksregering is zich in haar handelwijze bewust van de saamhorigheid van het lot van alle Duitse stammen. Het standpunt ten opzichte van de verschillende overige vreemde mogendheden vloeit uit het reeds gezegde voort. Maar ook daar, waar de wederkerige betrekkingen reeds met moeilijkheden behept zijn, zullen wij moeite doen, om een en ander bij te leggen. In geen geval echter kan de grondslag voor een goede verstandhouding ooit het onderscheid tussen overwinnaars en overwonnenen zijn.

 

Wij zijn er echter van overtuigd, dat zulk een evenwicht van belangen in onze verhouding tot Frankrijk mogelijk is, indien de regeringen de hen rakende problemen aan weerskanten werkelijk met brede blik benaderen. Ten opzichte van de Sovjet-Unie is de Rijksregering van zins, vriendschappelijke, voor beide delen vruchtbrengende betrekkingen te onderhouden. Juist de regering der nationale revolutie acht zich tot zulk een positieve politiek ten opzichte van Sovjet-Rusland in staat. De strijd tegen het communisme in Duitsland is onze interne aangelegenheid, waarin wij inmengingen van buiten nooit zullen dulden. De staatspolitieke betrekkingen tot andere mogendheden, waarmee wij door gemeenschappelijke belangen verbonden zijn, worden daardoor niet aangetast. Onze verhouding tot de overige landen verdient ook in de toekomst onze ernstigste aandacht, in het bijzonder onze verhouding tot de grote overzeese staten, die sinds langen tijd door vriendschappelijke banden en economische belangen met Duitsland verbonden zijn.

 

In het bijzonder ligt ons aan het hart het lot van de buiten de Rijksgrenzen wonende Duitsers, die door taal, beschaving en zeden met ons verbonden zijn en voor deze dingen zwaar hebben te strijden. De Duitse regering is vast besloten, om met alle ter beschikking staande middelen in het krijt te treden voor de aan de Duitse minderheden internationaal gewaarborgde rechten.

 

Wij begroeten het plan der

 

economische wereldconferentie

 

en keuren haar spoedige bijeenkomst goed. De Rijksregering is genegen, om aan deze conferentie mede te werken, ten einde eindelijk positieve resultaten te verkrijgen.

 

Het belangrijkste vraagstuk is het

 

probleem van onze buitenlandse schulden op korten en langen termijn.

 

De volledige wijziging der verhoudingen op de goederenmarkten van de wereld vereist een aanpassing. Alleen uit een samenwerking vol vertrouwen kan een werkelijke ontheffing uit de algemene zorgen ontspruiten. Tien jaren van een oprechte vrede! zullen voor de welvaart van alle naties nuttiger zijn, dan een 30 jaar lang zich doodlopen in de begrippen van overwinnaars en overwonnenen.

 

Ten einde zich in staat te stellen, de taak te vervullen, die in dit raam besloten ligt, heeft de regering door de beide partijen der nationaal-socialisten en der Duits-nationalen in de Rijksdag

 

de machtigingswet

 

laten indienen. Een deel van de voorgenomen maatregelen vereist een voor wijziging van de Grondwet voldoende meerderheid. De ten uitvoer legging van deze problemen en hun oplossing is noodzakelijk. Het zou in tegenspraak zijn met de zin van de nationale verheffing en voor het voorgenomen doel onvoldoende zijn, als de regering voor haar maatregelen van geval tot geval om een meerderheid zou moeten marchanderen of smeken. De regering wordt hierbij niet gedreven door het opzet, de Rijksdag als zodanig op te geven. In tegendeel, zij behoudt zich ook voor de toekomst voor, de Rijksdag nopens haar maatregelen te onderrichten of zijn toestemming te verkrijgen.

 

De autoriteit en de vervulling van de taak zouden echter lijden, indien in het volk een twijfel aan de stabiliteit der nieuwe regering zou kunnen ontstaan. De Rijksregering acht een verder vergaderen van de Rijksdag in de tegenwoordige toestand der diepgaande opwinding der natie onmogelijk. Er is nauwelijks een revolutie van zo grote afmetingen zo gedisciplineerd en onbloedig verlopen, als deze verheffing van het Duitse volk in deze weken. Het is mijn wil en vast voornemen, om ook in de toekomst voor deze rustige ontwikkeling te zorgen.

 

Maar daarom is het juist des te noodzakelijker, dat aan de nationale regering de soevereine positie wordt verschaft, die zich in zulk een tijd er alleen toe leent, om een andere ontwikkeling te beletten. De regering zal van deze machtiging slechts in zoverre gebruik maken, als dit voor de ten uitvoerlegging der voor het leven noodzakelijke maatregelen vereist is. Noch het bestaan van de Rijksdag, noch dat van de Rijksraad is bedreigd. Positie en rechten van de Rijkspresident blijven onaangetast. De innerlijke overeenstemming met zijn doeleinden te verkrijgen, zal steeds de opperste taak der regering zijn. Het bestaan van de landen wordt niet uit de weg geruimd. De rechten der kerken worden niet beknot en haar positie ten opzichte van de staat niet veranderd. Het aantal der gevallen, waarin de innerlijke noodzakelijkheid bestaat, om zijn toevlucht tot zulk een wet te nemen, is op zichzelf beperkt. Des te meer staat echter de regering op een aanneming van deze wet. Zij geeft in elk geval de voorkeur aan een duidelijke beslissing. Zij biedt aan de partijen van de Rijksdag de mogelijkheid van een kalme ontwikkeling en een daaruit in de toekomst zich banende goede verstandhouding. De regering is echter even vastberaden en bereid, de verkondiging der verwerping en daarmede de aanzegging van de tegenstand te aanvaarden.

 

Moogt Gij, mijne Heren, thans zelf beslissen over vrede of oorlog!

Hosted by www.Geocities.ws