Rijkskanselier Adolf Hitler
tot de Rijksstadhouders in de Rijkskanselarij te Berlijn, 6 Juli 1933.

De politieke partijen zijn definitief uit de weg geruimd; dit is een historische gebeurtenis, welker betekenis en draagwijdte men zich veelal nog in 't geheel niet bewust geworden is. Wij moeten thans de laatste overblijfselen van de democratie uit de weg ruimen, in het bijzonder ook de methoden der stemmingen en der meerderheidsbesluiten, zoals die thans nog veelvuldig bij de gemeenten, in economische organisaties en werkcommissies voorkomen en de verantwoording van de opzichzelfstaande persoonlijkheid overal doen gelden.

Op de verovering van de uiterlijke macht moet de innerlijke opvoeding van de mensen volgen. Men moet er zich voor hoeden, zuiver formele beslissingen van vandaag op morgen te vellen en daarvan een uiteindelijke oplossing te verwachten. De mensen vermogen gemakkelijk de uiterlijke vorm om te buigen in hun eigen intellectuele uitdrukking.

Men mag eerst omschakelen, als men de geschikte personen voor de omschakeling heeft. Er zijn meer revoluties in de eersten stormloop geslaagd, dan er geslaagde opgevangen en tot staan gebracht zijn.

De revolutie is geen permanente toestand, zij mag zich niet uitbeelden tot een duurzame toestand. Men moet de vrijgeworden stroom van de revolutie leiden naar de veilige bedding van de evolutie. De opvoeding van de mensen is daarbij het belangrijkste. De tegenwoordige toestand moet verbeterd en de mensen, die hem belichamen, moeten tot de nationaal-socialistische staatsopvatting opgevoed worden. Men mag daarom niet een bedrijfsleider afzetten, als hij een goede bedrijfsleider, naar nog geen nationaal-socialist is; vooral dan niet, indien de nationaal-socialist, dien men op zijn plaats zet, van het economische leven niets begrijpt.

In het bedrijfsleven mag alleen de kunde maatstafgevend zijn.

De taak van het nationaal-socialisme is het waarborgen van de ontwikkeling van ons volk. Men moet echter niet rondzoeken, of er nog iets te revolutioneren valt, doch wij hebben de taak, positie na positie te beveiligen, om ze te behouden en langzamerhand voorbeeldig te bezetten. Wij moeten ons handelen daarbij op vele jaren inrichten en in zeer grote tijdperken rekenen. Door theoretische gelijkschakeling verschaffen wij voor niet ťťn arbeider brood. De geschiedenis echter zal haar oordeel over ons niet naar de maatstaf vellen, of wij zoveel mogelijk bedrijfsleiders hebben afgezet en ingerekend, doch naar de maatstaf, of wij het hebben verstaan, arbeid te scheppen.

Wij hebben thans absoluut de macht, onzen wil overal door te zetten.

Maar wij moeten de afgezette mensen ook door beteren kunnen vervangen. De man van het bedrijfsleven moet in de eerste plaats worden beoordeeld naar zijn economische bekwaamheden en wij moeten vanzelfsprekend de economische apparatuur in orde houden. Met economische commissies, organisaties, constructies en theorieŽn zullen wij de werkeloosheid niet uit de weg ruimen. Het komt thans niet aan op programma's en ideeŽn, doch op het dagelijks brood voor vijf miljoen mensen. Het bedrijfsleven is een levend organisme, dat men niet op slag kan veranderen. Het bedrijfsleven bouwt zich op volgens primitieve wetten, die in de menselijke natuur verankerd zijn. De intellectuele bacillendragers, die thans het bedrijfsleven binnen trachten te dringen, brengen Staat en volk in gevaar. Men mag niet de praktische ervaring verwerpen, omdat zij tegen een bepaald denkbeeld is. Als wij met hervormingen voor de natie treden, moeten wij ook bewijzen, dat wij de dingen verstaan en ze kunnen beheersen.

Onze taak heet werk, werk en nog eens werk!

Uit het slagen van de werkverschaffing zullen wij de sterkste autoriteit verkrijgen. Ons program is niet geschapen, om fraaie gebaren te maken, doch om voor het Duitse volk het leven te behouden. De denkbeelden van het program verplichten ons niet, om als dwazen te handelen en alles omver te werpen, doch om verstandig en voorzichtig onze gedachtegangen te verwezenlijken. Op de duur zal de machtpolitieke veiligheid des te groter zijn, hoe meer wij erin slagen, haar economisch te funderen. De Rijksstadhouders hebben ervoor te zorgen en zijn ervoor verantwoordelijk, dat niet deze of gene organisaties of partij instellingen zich regeringsbevoegdheden aanmatigen, personen afzetten en ambten bezetten, waartoe alleen de Rijksregering, dus in betrekking tot het economische leven de Rijksminister van economische zaken alleen bevoegd is. De partij is thans de Staat geworden. Alle macht ligt in handen van het Rijksgezag. Het moet worden belet, dat het zwaartepunt van het Duitse leven weer naar afzonderlijke gebieden, laat staan organisaties wordt verplaatst. Er bestaat geen autoriteit meer uit een gedeeltelijk gebied van het Rijk, doch uitsluitend uit het Duitse volksbegrip!

Hosted by www.Geocities.ws